Lopen
Het bewegingspatroon en daarmee het lopen verandert met het ouder worden. Dit heeft verschillende oorzaken.
- Doordat uw lichaam bij het ouder worden wat meer naar voren hangt, onder andere door een kromme rug, heeft u de neiging om te vallen. Daarnaast kan uw lichaam minder goed het juiste evenwicht terugvinden. Dit komt bijvoorbeeld door een minder goede balans, minder spierkracht in de benen of doordat uw rug wat krommer is.
- Een gestoord looppatroon (bijvoorbeeld schuifelen) kan komen door een aandoening in het zenuwstelsel, zoals een beroerte met halfzijdige verlamming, de ziekte van Parkinson of verminderd gevoel in de benen.
- Een afwijkend looppatroon van een oudere kenmerkt zich door een breed gangspoor en kleine schuifelpasjes met het voorovergebogen houden van de romp.
- Voetproblemen kunnen een oorzaak zijn voor een veranderd looppatroon.
Wat kunt u doen?
Als u merkt dat u minder gemakkelijk loopt kunt u contact opnemen met uw huisarts om na te gaan wat de oorzaak is van het veranderde looppatroon. Uw huisarts kan u eventueel doorverwijzen naar een specialist voor uitgebreider onderzoek. Dit kan bijvoorbeeld op een valpoli. Op een valpoli worden oorzaken en oplossingen voor valproblemen bij iemand onderzocht. Op de website van het LUMC kunt u meer lezen over de valpoli.
- Voor ondersteuning bij het lopen, kunt u een loophulpmiddel gebruiken.
- Door geregeld te bewegen worden u spieren sterker. Hierdoor gaat het opstaan en lopen gemakkelijker.
- Als u duizelig bent kunt u zich wenden tot uw huisarts. Hij of zij kan kijken wat de oorzaak is. Meer informatie vindt u bij duizeligheid en evenwicht.